Hoffelijkheid

Artikel 74 Optreden en Fatsoen.

Bridge is niet alleen omgaan met kaarten maar vooral heel intensief met mensen. Elke bridger heeft het recht om met plezier te kunnen spelen.  In artikel 74 van de spelregels is hier een en ander over voorgeschreven.

Met het eerste punt in dit artikel is eigenlijk alles al gezegd: Een speler hoort zich altijd hoffelijk te gedragen. Dit geldt uiteraard naar de tegenstanders maar niet in het minst ook naar uw partner. Het 2e punt van artikel 74 zegt: Een speler behoort zorgvuldig iedere opmerking of handeling te vermijden die ergernis of verlegenheid zou kunnen veroorzaken bij een andere speler (lees: ook uw partner) of het genoegen van het spel zou kunnen verstoren. Dat betekent ook dat u de verhitte discussies met uw partner beter na afloop van de avond kunt voeren en niet in het bijzijn van uw tegenstanders, die er dan vaak voor spek en bonen bijzitten.
Nu nog kort een paar concrete aanwijzingen uit artikel 74:

Wat behoort een speler niet te doen:

1. Onvoldoende aandacht aan het spel besteden, denk aan dichtvouwen van de kaarten uit desinteresse

2. Ongevraagd commentaar leveren tijdens het bieden en spelen

3. Een kaart klaar houden voordat hij aan de beurt is

4. Het onnodig verlaten van de tafel voordat het einde van de ronde is aangekondigd.

5. De wedstrijdleider ontbieden en hem toespreken op een voor deze of voor de andere spelers onhoffelijk wijze.

Wanneer we ons hier met zijn allen aan proberen te houden gaan we een plezierige bridgeavond tegemoet.

Reageren is niet mogelijk